Ga naar inhoud

Zaalhockey regels

Zaalhockey regels

Zaalhockey heeft andere regels dan veldhockey: je speelt 6-tegen-6 in twee helften van 20 minuten, slaan is verboden en zijbalken houden de bal in het veld. Hieronder staan alle KNHB-zaalhockey regels op een rij, per thema.

In het kort: 6 spelers per team op het veld, 2x 20 minuten speeltijd, alleen push en flick (geen slaan), doelpunten alleen vanuit de cirkel. Keeper speelt in volle beschermingsuitrusting.

Het speelveld en opstelling

Zaalhockey speel je in een sporthal op een rechthoekig veld met een harde, gladde vloer. Het veld is ongeveer 18 bij 36 meter — kleiner dan een veldhockeyveld, waardoor het spel sneller is en meer controle vraagt. De belangrijkste lijnen zijn de middenlijn, de zijbalken aan de lange zijde en de cirkel (shooting circle) voor elk doel.

Team van twaalf, zes op het veld

Een zaalhockeyteam bestaat uit maximaal twaalf spelers, waarvan er zes tegelijk op het veld staan: vijf veldspelers en één keeper. De overige zes wachten op de bank als wisselspelers. Wissels zijn onbeperkt mogelijk tijdens de wedstrijd, met uitzondering van de strafcorner-situatie.

Het wisseltempo ligt veel hoger dan bij veldhockey: door de snelheid en fysieke intensiteit wisselen spelers vaak elke 1-2 minuten. Dat vraagt om strakke coördinatie aan de bank.

Uit de praktijk: als jeugdtrainer zie ik dat teams die wissels vooraf plannen (bijvoorbeeld per blok van 90 seconden) veel rustiger spelen dan teams die “op gevoel” wisselen. Spreek voor de wedstrijd af wie met wie wisselt en bij welk teken.

Zijbalken en belangrijke lijnen

De zijbalken aan de lange zijkant van het veld zijn een zaalhockey-specifieke regel: ze houden de bal in het spel doordat hij terug het veld in kaatst in plaats van eruit te rollen. Dat maakt het spel sneller en continuer dan veldhockey. Let op: spelers mogen de bal niet met kracht tegen de zijbalken slaan — dat telt als gevaarlijk spel en leidt tot een vrije push voor de tegenstander.

Over de achterlijn is er wél een reguliere uit-situatie: als de bal over de achterlijn gaat, krijgt het team dat de bal niet als laatste aanraakte een inpush vanaf de zijlijn. Bij opzettelijk over de eigen achterlijn spelen door een verdediger volgt een strafcorner.

Speeltijd en wedstrijdverloop

Een zaalhockeywedstrijd bij senioren duurt 40 minuten, verdeeld over twee helften van 20 minuten met een korte pauze van 5 minuten. Bij jeugd en toernooien kan de competitieleiding afwijkende tijden vaststellen.

CategorieSpeelvormSpeeltijdPauze
Senioren competitie2 helften2x 20 min5 min
Jeugd O12+2 helften2x 15-20 min5 min
Jongste jeugd (O7-O11)Variabel20-40 min totaalAfhankelijk van spelvorm
Toernooi (indoor)VariabelAfhankelijk van formatn.v.t.

Voor de exacte speeltijd van jouw team kijk je op knhb.nl of vraag je het na bij de wedstrijdsecretaris van je club.

Begin en hervatting van de wedstrijd

De wedstrijd begint met een beginpush vanaf de middenstip door het team dat de toss heeft gewonnen. Na een doelpunt hervat het team dat tegen een doelpunt kreeg het spel, ook vanaf de middenstip.

Onderbreking bij blessures

Als een speler geblesseerd raakt, onderbreken de scheidsrechters het spel zonder straf. Na herstel wordt het spel hervat met een bully: twee spelers van elk team strijden om de bal vanaf de plek waar het spel stopte.

Toegestane technieken: push, flick en stickgebruik

De grootste veiligheidsregel in zaalhockey: je mag de bal niet slaan. In de zaal zijn alleen een push (duwende beweging, stick blijft dichtbij de bal) en een flick (lichtjes van de grond tillen) toegestaan. Een hard geslagen bal is simpelweg te gevaarlijk op een kleine vloer met 12 spelers erop.

Uit de praktijk: in mijn O14-team zie ik de eerste twee zaaltrainingen elk jaar hetzelfde patroon — spelers willen uit gewoonte slaan, want dat doen ze negen maanden lang op het veld. Het afleren gaat sneller dan je denkt, vaak al tegen de derde training, maar in de eerste wedstrijd kost het vaak een groene kaart of een vrije push tegen. Oefen push-accuraatheid dus extra in de week vóór de eerste zaalwedstrijd.

Wat is een push?

Een push is een duwende beweging waarbij de stick in contact blijft met de bal tijdens het uitvoeren van de actie — dus geen “zwaai” en contact in één punt, maar een continue duw. Gebruik beide handen, breng je gewicht naar voren en volg door richting je doelwit.

Wat is een flick?

Een flick is een push waarbij je de stick onder de bal kantelt zodat de bal lichtjes van de grond omhoog komt. Voor zaalhockey is de flick essentieel bij strafcorners — de bal wordt dan vaak met flick boven de grond richting doel gestuurd.

Veilig stickgebruik

De stick mag nooit boven schouderhoogte worden gebracht — en zéker niet boven het hoofd van een andere speler. Ook het raken van de bal met de bolle kant van de stick (de achterkant) is verboden: dat geeft onvoorspelbare balbewegingen en vermindert controle. Blijf altijd op speelafstand: de bal moet zonder gestrekte arm en zonder stap te zetten bereikbaar zijn.

Scoren en strafcorner-situaties

Een doelpunt is alleen geldig als de bal volledig over de doellijn gaat nadat een aanvaller de bal binnen de cirkel (shooting circle) heeft geraakt. Een schot vanaf buiten de cirkel dat direct het doel ingaat telt niet. Deze cirkel-regel is een van de grootste verschillen tussen hockey en andere sporten waarin je overal kunt scoren.

Wanneer krijgt een team een strafcorner?

  • Overtreding in de cirkel: elke opzettelijke overtreding door een verdediger binnen zijn eigen cirkel leidt direct tot een strafcorner.
  • Opzettelijke overtreding buiten de cirkel: op eigen helft, buiten de cirkel — nog steeds strafcorner als het opzettelijk was.
  • Opzettelijk bal over de achterlijn door verdediger: strafcorner. Onopzettelijk = lange corner.
  • Verkeerd wisselen (te veel spelers op het veld): strafcorner tegen het overtredende team.
  • Bal klemt in uitrusting van verdediger in de cirkel: strafcorner.

Regels voor de keeper

De keeper draagt volledige beschermingsuitrusting (helm, body-protector, legguards, kickers, keepershandschoenen) en mag alleen binnen de eigen cirkel de bal met alle lichaamsdelen stoppen. Buiten de cirkel is de keeper een normale veldspeler en gelden de gewone regels: alleen push en flick, geen handspel.

Bij een redding mag de keeper de bal wegtrappen of -stompen, maar niet opzettelijk vasthouden of in de uitrusting laten klemmen — dat laatste leidt tot een strafcorner tegen het eigen team.

Overtredingen, kaarten en spelersgedrag

Twee scheidsrechters leiden elke zaalhockeywedstrijd: elk verantwoordelijk voor één helft van het veld. Zij delen kaarten uit bij overtredingen — groen (waarschuwing, 2 min uitgesloten), geel (5 of 10 min uitgesloten afhankelijk van ernst) en rood (definitief uitgesloten). Alleen de aanvoerder mag overleggen met de scheidsrechters; andere spelers die de beslissing aanvechten riskeren zelf een kaart.

Gevaarlijk spel en tijdrekken

Tijdrekken — bewust vertragen van een hervatting, inpush of strafcorner — leidt tot een waarschuwing en bij herhaling een kaart. Gevaarlijk spel (hoge stick, slaan, tackles zonder oog op de bal) wordt direct bestraft met een vrije push of strafcorner, plus eventueel kaart.

De rol van de aanvoerder

De aanvoerder draagt een herkenbare armband en fungeert als het officiële aanspreekpunt voor de scheidsrechters. Als jouw team vindt dat een regel verkeerd is toegepast, laat het de aanvoerder vragen — niet iedereen tegelijk op de scheidsrechter afstormen, dat levert eerder een kaart op dan een revisie.

Uitrusting en kleding in de zaal

De zaalvloer is glad en hard. Dat stelt eisen aan je schoenen, stick en bescherming die anders zijn dan bij veldhockey. Wie met veldhockeyschoenen de zaal op gaat, glijdt gegarandeerd uit — en wie met een zware veldhockeystick speelt, verliest snelheid in de duels.

Zaalhockeyschoenen

Zaalhockeyschoenen hebben een lichtgekleurde, niet-afgevende rubberzool voor grip én om de sporthalvloer te ontzien. Metalen gespen of afgevende zolen zijn verboden — clubs kunnen je weigeren als je met de verkeerde schoenen komt. Investeer in specifieke indoor-schoenen als je serieus zaalhockey speelt.

Zaalhockeystick

Een zaalhockeystick is lichter en dunner dan een veldhockeystick (meestal 450-560 gram vs 500-620 gram), en heeft een plat, smal blad voor betere bal-controle op de gladde vloer. Officieel is er geen aparte keuringseis, maar vrijwel alle clubs vragen om een echte indoor-stick bij competitie.

Handschoen, bitje en scheenbeschermers

Een zaalhockey-handschoen aan je onderhand is verplicht — die beschermt je vingers tegen stickcontact in de vele duels. Een bitje is eveneens verplicht voor alle competitie-categorieën. Scheenbeschermers zijn sterk aangeraden; veel spelers kiezen ook voor licht polsbeschermers vanwege het hogere duel-tempo in de zaal.

Uit de praktijk: vraag specifiek naar zaalhockey-schoenen, niet naar “indoor sportschoenen” in het algemeen. Sommige indoor-modellen zijn voor zaalvoetbal of squash en hebben een grijs-zwarte zool die op een hockeyhal-vloer strepen achterlaat. Sommige gymzalen weigeren strepende zolen en sturen spelers dan terug.

Zaalhockey-uitrusting: vergelijk prijzen

Veelgestelde vragen over zaalhockey

Hoe lang duurt een zaalhockeywedstrijd?

Bij senioren 40 minuten: twee helften van 20 minuten met 5 minuten pauze. Jeugd en toernooien kunnen kortere tijden hanteren — check knhb.nl of de competitie-informatie van je club.

Hoeveel spelers staan op het veld bij zaalhockey?

Zes per team: vijf veldspelers en één keeper. Maximaal twaalf spelers in totaal per team, waarvan zes op de bank als wisselspelers.

Mag je slaan bij zaalhockey?

Nee, slaan is verboden. Je mag de bal alleen voortbewegen met een push of een flick. De slagtechniek van veldhockey is in de zaal te gevaarlijk vanwege de snelheid, de harde vloer en de krappe ruimte.

Wat is het verschil tussen een push en een flick?

Bij een push blijft de bal op de grond en blijft de stick in contact met de bal tijdens de duwbeweging. Bij een flick kantelt de stick onder de bal zodat hij licht van de grond komt — handig bij strafcorners en passes over stokken heen.

Wanneer krijgt een team een strafcorner in de zaal?

Bij een opzettelijke overtreding door een verdediger in de eigen cirkel, bij opzettelijk over de achterlijn spelen, bij verkeerd wisselen (te veel spelers op het veld) en als de bal in de uitrusting van een verdediger in de cirkel klemt.

Waarom staan er zijbalken bij zaalhockey?

De zijbalken houden de bal in het spel: hij kaatst terug het veld in in plaats van erbuiten te rollen. Dat maakt zaalhockey sneller en dynamischer dan veldhockey. De bal keihard tegen de balken slaan is wel verboden (gevaarlijk spel).

Is een bitje verplicht bij zaalhockey?

Ja, een bitje is verplicht voor alle KNHB-competitiecategorieën. Ook een zaalhockey-handschoen aan je onderhand is verplicht. Scheenbeschermers zijn sterk aanbevolen maar niet in alle categorieën verplicht.

Welke schoenen moet je aan voor zaalhockey?

Zaalhockeyschoenen met een lichtgekleurde, niet-afgevende rubberzool. Metalen gespen en donkere zolen die strepen achterlaten zijn verboden — clubs kunnen je weigeren als je met verkeerde schoenen komt. Veldhockeyschoenen passen niet, je glijdt direct uit.

Wat is speelafstand in zaalhockey?

Speelafstand betekent dat je de bal kunt bereiken zonder je arm te strekken of een stap te zetten. Het is een veiligheidsregel: spelers mogen alleen naar de bal als ze er daadwerkelijk bij kunnen — gevaarlijk toesnellen op een bal buiten bereik is niet toegestaan.

De zaalhockey-regels lijken veel in één keer, maar in de praktijk went het snel: vooral de push-only-regel en de zijbalken maken het spel juist leuk om te leren. Voor de exacte voorschriften van jouw competitie-indeling raadpleeg KNHB.nl. Wil je ook de veldhockey-speelduur weten? Lees dan onze gids over hoe lang een hockeywedstrijd duurt — per leeftijd uitgelegd.

Janneke Verspoor
Janneke Verspoor Janneke Verspoor (1986) is hockey-redacteur bij Hockeyblog.nl. Ze speelt hockey sinds haar zesde, was jarenlang spelend lid van het eerste damesteam en is nu jeugdtrainer en speelster bij de senioren. Ze schrijft over hockeymateriaal, spelregels, techniek en tactiek.